Wie biogas omzetten in elektriciteit benadert vanuit procestechniek, komt al snel uit bij temperatuurbeheersing in gasstromen. In biogasinstallaties gaat het dan bijvoorbeeld om conditioneren, opwarmen vóór een vervolgstap in het proces of het voorkomen van temperatuurdalingen in leidingen en componenten. Voor die toepassingen worden vooral procesheaters gebruikt, zoals een doorstroomheater, een cast heater en in explosiegevaarlijke omgevingen ook ATEX-uitvoeringen van flens- of doorstroomheaters.
Voor engineers, technische inkopers en projectmanagers draait dit onderwerp niet alleen om warmte toevoegen, maar om de manier waarop een gasstroom zich door de installatie beweegt en hoe die warmte gecontroleerd wordt ingebracht. Dat heeft invloed op procestemperatuur, drukopbouw, materiaalkeuze, certificering en de aansluiting op de rest van de installatie. Juist daarom wordt een biogas procesheater in de praktijk afgestemd op toepassing, druk, debiet en omgeving. De toepassing en het proces van gasverwarming is soms per locatie anders ingericht en vraagt om klantspecifieke doorstroomheaters die klantspecifiek worden uitgevoerd.
Het basisprincipe van elektrische gasverwarming is helder. Elektrische energie wordt in het verwarmingselement omgezet in warmte, waarna die warmte direct of indirect wordt overgedragen aan de passerende gasstroom. Bij een doorstroomheater gebeurt dat in een drukhoudende behuizing waarin het medium langs een insteekbatterij met verwarmingselementen stroomt. Voor doorstroomheaters is een vermogen tot maximaal 5 MW, spanningen tot 3x690V, doorsneden tot DN500 en druk tot 200 bar mogelijk.
Een cast heater is bedoeld voor een andere procesopbouw. Deze heater werkt indirect en wordt ingezet in situaties met hoge werkdruk en een laag debiet. De warmte wordt dan niet rechtstreeks door open contact met het medium afgegeven, maar via een vaste stof of vloeistof in de heaterconstructie. Daarmee sluit een cast heater goed aan op toepassingen waarin indirecte verwarming gewenst is, bijvoorbeeld bij agressieve of corrosieve media en bij specifieke gasprocessen. Dat maakt deze uitvoering interessant wanneer een gasstroom beheerst moet worden verwarmd zonder directe blootstelling van de elementen aan het medium.
De keuze tussen een doorstroomheater, een cast heater of een flensheater hangt samen met de manier waarop het proces is opgebouwd. Voor een stromend medium in een leidingtraject ligt een doorstroomheater vaak voor de hand. Voor indirecte verwarming bij hogere werkdruk en lagere debieten past een cast heater meestal beter. Flensheaters worden rechtstreeks met een flensverbinding in een tank of installatie gemonteerd, waarbij de elementen direct in het medium zitten. Van flensheaters kunnen vervolgens weer doorstroomheaters worden opgebouwd in een behuizing voor circulatie- of lijnverwarming.
De ATEX-doorstroomheaters zijn geschikt voor het verwarmen van gassen en voor inzet in explosiegevaarlijke gebieden. Daarnaast wordt bij een biogastoepassing voor opwaardering naar gasnetkwaliteit een ATEX-gecertificeerde flensheater toegepast, waarbij in grotere centrales een heater van ongeveer 30 kW al toereikend kan zijn vanwege de relatief lage procestemperaturen.
Elektrische procesverwarming voor gasstromen is te beschrijven als een efficiënte manier om gassen te verwarmen, met de mogelijkheid om temperatuur nauwkeurig te regelen en oplossingen op maat samen te stellen. ATEX-doorstroomheaters worden op klantspecificaties gebouwd en de behuizing, lengte, diameter en appendages kunnen worden aangepast aan de toepassing. Ook materialen zoals staal, diverse RVS-soorten, Incoloy en andere legeringen kunnen afhankelijk van het medium worden gekozen.
Maatwerk zit daarbij niet alleen in afmetingen of vermogen. Voor een biogas procesheater spelen ook drukklasse, aansluitingen, materiaalkeuze, temperatuurregeling en integratie met de besturing mee. Dat maakt het mogelijk om een oplossing af te stemmen op een bestaande installatie, op beschikbare ruimte en op het werkelijke gedrag van het gas in het proces. Vanuit technisch perspectief is dat vaak de meest logische route, omdat biogasinstallaties onderling sterk kunnen verschillen in debiet, procesdruk en opbouw.
Wie biogas omzetten in elektriciteit wil combineren met een goed afgestemde verwarmingsstap, kijkt daarom verder dan alleen temperatuur. Het gaat om de volledige technische context van de installatie, van gasstroom en drukniveau tot omgeving en certificering. Neem contact op met Heating Group International voor technisch advies over een opstelling die aansluit op uw biogasproces, drukniveau en installatieomgeving.
Heating Group International B.V. © 2026
Heb je een vraag of advies nodig? Op onze klantenservicepagina vind je veelgestelde vragen en op de contactpagina staat alle informatie die je nodig hebt om contact met ons op te nemen.